Scriptiebegeleiding

Scriptiebegeleiding

Veel studentes vinden de scriptie het moeilijkste onderdeel van de studie.

Veel studentes vinden de scriptie het moeilijkste onderdeel van de studie.

Het schrijven van een scriptie is een grote klus. Helaas blijkt dit voor veel studentes het uiteindelijke struikelblok, en dat is natuurlijk doodzonde, zo dicht bij de eindstreep. Scriptiebegeleiding kan dan uitkomst bieden.

Door het maken van je scriptie gestructureerd en gefaseerd aan te pakken, gaat het gemakkelijker.

Bij het maken van je scriptie wordt je in ieder geval inhoudelijk begeleid door de scriptiebegeleider van je opleiding. Hij helpt met het bepalen van het onderwerp en de vraagstelling en helpt je op weg om literatuur te zoeken en de juiste aanpak te bepalen. Waarschijnlijk is hij ook de belangrijkste beoordelaar van je scriptie.

Daarnaast is het ook mogelijk om scriptiecoaching en scriptiebegeleiding volgens de Daphne Methode te kiezen. Hierbij wordt veel gelet op de structuur en je aanpak. Samen met de Daphne begeleider zorg je ervoor dat er een duidelijke aanpak is voor je scriptie met een plan in de tijd. Het is daarmee ook een stok achter de deur, juist omdat gedurende het maken van de scriptie de structuur in het leven wel eens minder wordt. Juist de combinatie van hulp bij de aanpak en straf als de voortgang minder is dan afgesproken, blijkt goed te werken. Zeker bij een langdurig traject als een scriptie kan daarmee in sommige gevallen een hoop ellende worden voorkomen. Het moet uiteraard goed bij je passen, omdat je eventuele straf natuurlijk gewoon op je blote billen krijgt.

Hierna zullen de verschillende fasen van het maken van een scriptie nader worden bekeken.

Oriëntatiefase

Oriënteren.

Oriënteren.

In de eerste fase van het maken van je scriptie ben je je aan het oriënteren. Hoe moet de scriptie uiteindelijk eruit zien? Wat wordt het onderwerp?

Je baseert je op de scriptiehandleiding van je opleiding. Soms moet je hiervoor in de studiegids kijken. Ook de scripties (bibliotheek!) van andere studenten geven een indruk. Uiteraard heb je ook een inhoudelijke begeleider van je studie nodig. Als je hierbij zelf het initiatief neemt, kun je kiezen voor een docent waarmee het goed klikt of die zich gespecialiseerd heeft in een onderwerp dat je interessant vindt.

Uiteindelijk kies je voor een bepaald onderwerp. Een perfecte keuze bestaat waarschijnlijk niet, dus waarschijnlijk moet je wel wat water bij de wijn doen. Wat vooral belangrijk is dat voldoende materiaal beschikbaar is. Minstens zo belangrijk is dat het onderwerp je werkelijk interesseert. Kies vooral niet te breed of te moeilijk.

De Daphne begeleider zal er vooral op letten dat de voorwaarden waaraan je scriptie moet voldoen helemaal duidelijk zijn en dat je niet begint voordat duidelijk is wat je precies moet doen.

Informatiefase

In de informatiefase zoek je uit wat er al onderzocht is.

In de informatiefase zoek je uit wat er al onderzocht is.

Nu zoek je de passende literatuur om een goed beeld van je onderzoek te krijgen. Wat is al onderzocht? Wat kun jij hieraan toevoegen?

Als je het goed is kan je scriptiebegeleider van je opleiding hier goed helpen. Die zou een goed beeld moeten hebben van het onderzoeksveld en kan je al snel op het goede spoor zetten.

Om je onderwerk te verkennen begin je met brainstormen. Daarna kun je kijken of je op basis van je spontane invallen met zoekopdrachten iets bruikbaars kunt vinden. Belangrijk is dat je niet te lang blijft fantaseren, maar snel concreet wordt door dingen op te schrijven en uit te zoeken.
De meeste informatie vindt op internet. Daarnaast zijn overzichtwerken en handboeken in deze fase zinvol. Natuurlijk geldt dat hoe meer je het onderwerp afbakent, deste specifieker de informatie is die je nodig hebt.

Belangrijk is dat je de informatie in dit stadium niet helemaal leest, maar scant. Je kijkt alleen naar hoofdstuktitels, kopjes, plaatjes en samenvattingen. Op die manier kun je bepalen wat bruikbaar is en wat niet.

Vraagstellingsfase

Het formuleren van de juiste vraagstelling is cruciaal.

Het formuleren van de juiste vraagstelling is cruciaal.

In deze fase ga je het onderwerp afbakenen om tot een juiste vraagstelling te komen.

Dit is heel belangrijk voor het succes van de rest van de scriptie. Hoe concreter je de vraagstelling formulier, hoe duidelijker en efficiënter je daarna aan het werk kunt gaan. Daarom is het belangrijk om in overleg met je begeleider en je docent hier voldoende aandacht aan te besteden.

Het is zinvol om de vraagstelling ook echt als een vraag te formulieren, of als een aantal vragen die met elkaar samenhangen. Dit is vervolgens de basis van het onderzoeksplan of de scriptieopzet. Je moet pas doorgaan met de rest van de scriptie als de vraagstelling is goedgekeurd.

Het is belangrijk dat de vraagstelling specifiek (concreet, zoek verbanden, gebruik werkwoorden, gebruik een heldere afbakening in tijd of meetmethoden, gebruik definities) en relevant is. De relevantie maak je duidelijk door te benoemen wat we hieraan hebben en wie op het onderzoek zit te wachten. Maak je vraagstelling ook niet te ingewikkeld.

Onderzoeksfase

Onderzoeken betekent informatie verzamelen.

Onderzoeken betekent informatie verzamelen.

Aan de hand van literatuuronderzoek en eventueel aanvullend eigen empirisch onderzoek ga je de geformuleeerde vraag beantwoorden.

Je begint met het opstellen van een hypothese. Dat doe je door met je gezond verstand en de kennis die je verzameld hebt op iedere deelvraag een voorlopig antwoord te geven.

Zo’n hypothese helpt je om gerichter te denken. Daardoor kun je ook efficiënter werken. Een goede hypothese is objectief en precies geformuleerd en bevat kwantificeerbare informatie. Je moet hierbij ook een beetje durven gokken.

Literatuuronderzoek

Bij literatuuronderzoek moet je snel en goed selecteren.

Bij literatuuronderzoek moet je snel en goed selecteren.

Als je literatuuronderzoek doet, is het belangrijk om te beginnen bij een paar invloedrijke klassiekers in het vakgebied. Vervolgens zoek je daar een aantal nieuwe ontwikkelingen bij. Reviewartikelen geven veel toegankelijke informatie en verwijzingen. Geef niet teveel aandacht aan bronnen van mindere kwaliteit, zoals populaire websites of kranten. De scriptiebegeleider van je opleiding kan je vaak goed op weg helpen met je literatuuuronderzoek. Als je eenmaal een passend studieboek, artikel of scriptie hebt gevonden, kun je de literatuurlijst daarvan gebruiken om weer verder te gaan.

Bij literatuuronderzoek is het handig om per hypothese, deelvraag of hoofdstuk een map op je computer aan te maken. Bij het scannen let je vooral op kernwoorden. In je zoektocht gebruik je vooral de literatuurlijsten van reeds gevonden artikelen. Je richt je vooral op de summary van de artikelen. Je kunt stoppen als je per deelvraag 3-5 artikelen gevonden hebt. Het is onzin om steeds maar door te zoeken tot je door de bomen het bos niet meer ziet.

Scoor vervolgens de gevonden literatuur op relevantie (past het bij je vraagstelling?) en kwaliteit (reputatie binnen het vraaggebied). Bespreek vervolgens met je scriptiebegeleider van de opleiding welke literatuur je verder gaat gebruiken.

Bij het uitvoeren van je literatuuronderzoek is het een goed idee om per keer de tijd die je besteed te begrenzen. Bepaal van te voren hoe lang je je aandacht erbij kunt houden en zet voor die tijd een kookwekker. Als de wekker gaat is het pauze en ga je iets totaal anders doen!

Empirisch onderzoek

Bij empirisch onderzoek moet je nieuw materiaal verzamelen.

Bij empirisch onderzoek moet je nieuw materiaal verzamelen.

Bij empirisch onderzoek verzamel je nieuwe informatie bij je hypothese. Dat kan door het afnemen van interviews of vragenlijssten of door middel van observeren. Als je de gegevens compleet hebt vat je ze samen en toets je ze aan de hypothese. Dat zal vaak met behulp van statistische technieken en SPSS gaan. Op basis van de uitkomst bepaal je de conclusie.

Het is belangrijk om van te voren een plan te maken. Wat ga je onderzoeken, hoe en wanneer? Ga vooral niet in het wilde weg data verzamelen voordat het plan compleet is. Het is vaak in een later stadium onmogelijk om hier nog lijn in aan te brengen.

Als je alles op dezelfde wijze vastlegt die van te voren goed doordacht is, kun je in de schrijffase alles snel en gemakkelijk terug vinden. Daardoor gaat het efficiënter. Het is belangrijk dat er eerst een goede aanpak komt en dat je later niet van die aanpak afwijkt. De Daphne begeleider kan hier ook bij helpen door je bij de les te houden en je straf te geven als je dat verdiend hebt.

Schrijffase

Tijdens het schrijven is het houden van overzicht en structuur erg belangrijk.

Tijdens het schrijven is het houden van overzicht en structuur erg belangrijk.

Nu schrijf je je bevindingen op een logische en gestructureerde manier op. Meestal moet je stukken herhaaldelijk herschrijven om uiteindelijk een goede tekst te krijgen. Dat kun je in belangrijke mate voorkomen door het aanbrengen van een goede structuur voordat je gaat schrijven. Een tekst zonder geraamte of kapstok stort al snel in.

Natuurlijk is de inhoud belangrijk. Dus voldoende argumenten die ook relevant en juist zijn.

De structuur moet logisch zijn. In gerichte stappen naar de ontknoping. De structuur moet ook zichtbaar zijn door goede nummering, duidelijke kopjes en logische kernzinnen.

De stijl moet vlot leesbaar zijn, maar ook objectief. De zinnen en beschrijvingen moeten niet te lang zijn. Je taalgebruik moet zonder spreektaal en persoonlijke uitingen zijn.

De spelling en de grammatica moeten juist zijn. Besteed hier echt tijd aan. Het is zonde als je veel irritatie veroorzaakt door spellingsfouten in een scriptie die inhoudelijk misschien wel goed is.

De lay-out moet voldoen aan de eisen die je opleiding stelt (marges, lettergrootte, regelafstand). Zorg ook dat je de opmaak consequent aanhoudt. Steeds hetzelfde lettertype, consequent gebruik van witregels, etc.

Eerst de hoofdstukindeling

Maak eerst een hoofdstukindeling vanuit de eerste versie van je vraagstelling en je bouwplan en vul dat met ruw materiaal. Wees vooral in het begin niet te perfectionistisch, de afwerking komt later. Veel studentes komen in deze fase in de knoop als ze te mooie en te moeilijke zinnen willen maken terwijl dat in het vroege stadium van schrijven helemaal niet nodig is. Eerst moet je schrijven en daarna pas corrigeren. Als je dat beide tegelijk wilt doen trap je in feite op het gaspedaal en de rem tegelijk en dat schiet niet op.

Eerst een plan en een structuur en daarna ga je die invullen.

Neem de lay-out en de stijl serieus. Dat bepaalt het uiterlijk en de leesbaarheid en bewijst ook dat je de scriptie en de begeleider van je opleiding serieus neemt. Hij zal dit zeker waarderen.

Afwerkingsfase

In de afwerkingsfase verwerk je het commentaar van de docent en de begeleider.

In de afwerkingsfase verwerk je het commentaar van de docent en de begeleider.

In de afwerking zorg je ervoor dat de tekst overal goed loopt, dat er geen taalfouten meer inzitten, dat het qua lay-out er mooi uitziet. Je maakt de inhoudsopgave, de voet- en eindnoten, de bibliografie volgens de officiële regels, etcetera. Meestal pas je de inleiding nog wat aan en schrijf je de conclusie.

Een scriptie schrijf je in meerdere rondes waarin je een versie inlevert, suggesties en verbeteringen verwerkt en zo tot een scherp en goed geformuleerde scriptie te komen.

Als de inhoud eenmaal af is kun je gaan afwerken. Dit is het moment waarop je de (uiteindelijke versie) van de inleiding en de conclusie schrijft. Daarna de finishing touch van een mooie afwerking om de leesbaarheid te vergroten.

De conclusie kun je het beste het laatste schrijven. Tijdens het schrijven van de rest kun je al wel aantekeningen bijhouden. Het is beter de conclusies aan het einde te bundelen in plaats van allerlei conclusies door het verhaal heen te verwerken. Het moet altijd duidelijk zijn waar je conclusies op gebaseerd zijn, zoals onderzoeksresultaten van jezelf of anderen, op visies van anderen of op je eigen analyse. Meestal sluit je af met suggesties voor verder onderzoek.

Als je scriptie in grote lijnen af is, kun je het beste de inleiding schrijven. Tijdens het schrijven kun je al korte aantekeningen bijhouden over zaken die je in de inleiding wilt noemen.

Meestal staat in de inleiding

  • het doel van je scriptie
  • een verdere toelichting van het onderpwerp
  • de concrete vraagstelling
  • de criteria die je gehanteerd hebt om de gebruikte literatuur te kiezen
  • de indeling van de scriptie met een korte samenvatting van de inhoud van de verschillende hoofdstukken

De puntjes op de i

Als alles klaar is heb je alle reden om opgelucht te zijn.

Als alles klaar is heb je alle reden om opgelucht te zijn.

Bij het controleren van de definitieve formulering let je vooral op taalfouten. Gebruik vooral een woordenboek en laat ook anderen de tekst lezen.

Bij de lay-out in Word kun je het beste gebruik maken van stijlen zoals Kop 1, kop 2, etc om een consequent uiterlijk te krijgen en in een handomdraai een inhoudsopgave te maken. Maak de titels zo kort mogelijk en zorg dat de vlag de lading dekt. Beperk echter het aantal (sub)paragrafen, als je dit teveel gebruikt wordt de overzichtelijkheid niet beter. Begin een nieuw hoofdstuk op een nieuwe pagina. Zorg voor brede marges (minimaal 3 cm). Print de bladzijden enkelzijdig.

Op het voorblad vermeld je de titel en de subtitel van de scriptie, je naam, het jaar en maand waarin de scriptie is geschreven, de instelling en studierichting waarde scriptie is geschreven en de naam van de begeleid(st)er vanuit deze opleiding.

Een citaat wordt tussen aanhalingstekens weergegeven. Als je van de oorspronkelijke tekst iets weglaat, geeft je dat aan met (…). Citaten kunnen een standpunt verlevendigen of illustreren, maar je moet ze niet teveel gebruiken.

Voor het weergeven van literatuurverwijzingen bestaan vaak strenge regels die tot in detail gevolgd moeten worden. Meestal worden de regels van de APA (American Psychological Association) verplicht gesteld.

Scriptiebegeleiding volgens de Daphne Methode

Tijdens het schrijven van een scriptie kun je beter een paar keer op je billen krijgen dan dat je onnodig ermee ophoudt.

Tijdens het schrijven van een scriptie kun je beter een paar keer op je billen krijgen dan dat je onnodig ermee ophoudt.

Als je studie- en scriptiebegeleiding volgens de Daphne Methode hebt, zorg je er samen met je begeleider voor dat er structuur in de aanpak en de inhoud van je scriptie zit. Het resultaat daarvan is dat je zo effectief en efficiënt mogelijk aan het werk bent.

Ook is het belangrijk dat er structuur in je leven zit.

Omdat veel studentes het schrijven van een scriptie moeilijk vinden en veel studentes juist in deze fase van hun studie de moed opgeven, zal de begeleider je goed in de gaten houden. Het is juist in deze belangrijk dat de studente weet dat afspraken heilig zijn. Billenkoek is de beste manier om dat besef voor elkaar te krijgen.

Beter een paar keer op de billen gekregen dan onnodig met de studie opgehouden.